ECLI:NL:CRVB:2020:767
Centrale Raad van Beroep · 25-03-2020 · zaaknummer 18/4974 AWBZ
Inhoudsindicatie
De rechtbank is met juistheid tot het oordeel gekomen dat appellant de verplichtingen die aan de pgb’s voor 2013 en 2014 waren verbonden niet is nagekomen en dat het zorgkantoor daarmee bevoegd was deze pgb’s lager vast te stellen dan de verleende bedragen alsmede om de hieruit voortvloeiende onverschuldigd betaalde voorschotten van appellant terug te vorderen. Ook is de rechtbank met juistheid tot het oordeel gekomen dat niet is gebleken dat het zorgkantoor niet in redelijkheid van zijn bevoegdheden tot lagere vaststellingen en terugvorderingen gebruik heeft gemaakt. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank, die tot de oordelen in de aangevallen uitspraak hebben geleid, volledig en verwijst daar naar. De door appellant in hoger beroep nader ingebrachte stukken bieden geen aanknopingspunten om tot een andersluidend oordeel te komen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
