ECLI:NL:CRVB:2020:716
Centrale Raad van Beroep · 19-03-2020 · zaaknummer 18/6503 AW
Inhoudsindicatie
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat appellante ongeschikt was voor haar functie. Aan de werkgever kan niet het recht worden ontzegd nieuwe accenten in een functie aan te brengen die nieuwe eisen aan de werknemer stellen. Verlangd kan worden dat de werknemer, na een zekere overgangstermijn, aan deze nieuwe eisen gaat voldoen. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de gedingstukken geen aanknopingspunten bieden voor het oordeel dat het college ten tijde hier van belang aanwijzingen had dat het functioneren van appellante negatief werd beïnvloed door medische omstandigheden, dan wel dat hierover gerede twijfel bestond. Het college stelt dat het toegezegde vervolgtraject wel heeft plaatsgevonden en appellante in die periode training en begeleiding heeft gehad om haar kennis op het gewenste niveau te krijgen. Het is aan het college om dit aan te tonen en dit is niet gebeurd. Motiveringsgebrek. Het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Proceskostenveroordeling.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
