ECLI:NL:CRVB:2020:475
Centrale Raad van Beroep · 27-02-2020 · zaaknummer 17/6946 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is of het Uwv op goede gronden heeft vastgesteld dat appellante met ingang van 3 november 2015 geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak als bedoeld in artikel 55 van de Wet WIA. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de conclusie van het Uwv dat geen sprake is van toegenomen beperkingen als gevolg van hoofdpijn-/migraineklachten, afdoende is onderbouwd. Met de rechtbank wordt overwogen dat de verzekeringsartsen deugdelijk en navolgbaar hebben gemotiveerd dat de (toegenomen) psychische klachten van appellante voortkomen uit een andere ziekteoorzaak dan waarvoor zij gedurende de wettelijke wachttijd niet in staat is geweest haar arbeid te verrichten.
Rechters
Advocaten
- B. Arabaci
- M.W.A. Blind
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
