ECLI:NL:CRVB:2020:407
Centrale Raad van Beroep · 20-02-2020 · zaaknummer 18/1405 WAJONG
Inhoudsindicatie
Terecht heeft het Uwv het verzoek van appellant van 2 mei 2017 opgevat als een verzoek om terug te komen van zijn besluiten van 23 april 2002 en 2 augustus 2007. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat appellant aan zijn verzoek geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb ten grondslag heeft gelegd. Juiste afwijzing Uwv met verwijzing naar zijn eerdere besluiten. Bestreden besluit in zoverre niet evident onredelijk. Voor zover de aanvraag van appellant betrekking heeft op de toekomst, wordt de rechtbank gevolgd in het oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd waarom het Uwv in wat appellant heeft aangevoerd en in de informatie die hij heeft overgelegd geen aanleiding heeft gezien om de eerdere besluiten onjuist te achten. Laattijdige aanvraag. Eventueel onvoldoende medische gegevens en het steeds moeilijker vast te stellen medisch beeld met het verstrijken van de tijd, komt voor risico van appellant.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
