ECLI:NL:CRVB:2020:389
Centrale Raad van Beroep · 19-02-2020 · zaaknummer 18/3950 WSF
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 april 2017, gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft de minister op basis van de bevindingen van het huisbezoek de aan appellante toegekende studiefinanciering met ingang van 1 mei 2013 herzien, in die zin dat zij vanaf die datum als thuiswonende studerende is aangemerkt. Daarbij is een bedrag van € 9.520,02 van haar teruggevorderd. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de bevindingen van het huisbezoek op het brp-adres voldoende feitelijke grondslag bieden voor het standpunt van de minister dat appellante ten tijde van het huisbezoek niet woonde op het brp-adres. De in bezwaar en in hoger beroep overgelegde getuigenverklaringen maken niet dat gezegd moet worden dat de minister, dat tegenbewijs in aanmerking genomen, niet (langer) aannemelijk heeft gemaakt dat appellante ten tijde van het huisbezoek niet woonde op het brp-adres.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
