ECLI:NL:CRVB:2020:385
Centrale Raad van Beroep · 20-02-2020 · zaaknummer 18/5037 WSF
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 juli 2017 heeft de minister de aan appellant toegekende studiefinanciering met ingang van 1 december 2014 herzien, in die zin dat hij vanaf die datum als thuiswonende studerende is aangemerkt. Daarbij is een bedrag van € 6.057,84 van hem teruggevorderd. Bij besluit van 30 augustus 2017 heeft de minister aan appellant een bestuurlijke boete opgelegd van € 1.179,66. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de minister met de bevindingen van het huisbezoek heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast. Wat appellant daar tegenover heeft gesteld, geeft geen reden tot twijfel aan de door de minister, uit de bevindingen en waarnemingen van de controleurs, getrokken conclusie.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
