ECLI:NL:CRVB:2020:384
Centrale Raad van Beroep · 20-02-2020 · zaaknummer 18/4029 WSF
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 juli 2017 heeft de minister de toegekende studiefinanciering met ingang van 1 oktober 2016 herzien, in die zin dat appellante vanaf die datum als thuiswonende studerende is aangemerkt. Daarbij is een bedrag van € 1.868,46 teruggevorderd. Bij besluit van 9 augustus 2017 heeft de minister aan appellante een bestuurlijke boete opgelegd van € 934,23. De Raad onderschrijft in hoofdlijnen de overwegingen die tot het oordeel in de aangevallen uitspraak hebben geleid. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat wat appellante aan tegenbewijs naar voren heeft gebracht onvoldoende is om af te doen aan de conclusie die op basis van het rapport van het huisbezoek – en met name de daarin beschreven waarnemingen – door de minister is getrokken.
Rechters
Advocaten
- H.L. van Toorenburg
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
