ECLI:NL:CRVB:2020:3541
Centrale Raad van Beroep · 31-12-2020 · zaaknummer 19/4687 ZW
Inhoudsindicatie
Het Uwv heeft aannemelijk gemaakt dat, gelet op alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang bezien, van een gezagsverhouding tussen werkgeefster en appellant geen sprake is geweest. Het Uwv heeft zich dan ook in het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat appellant geen werknemer was en niet was verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De in het geding zijnde ZW- en WW-uitkeringen zijn daarom terecht ingetrokken en een WIA-uitkering is terecht geweigerd. Tegen de terugvordering van de ZW- en WW-uitkeringen heeft appellant geen gronden aangevoerd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
