ECLI:NL:CRVB:2020:3520
Centrale Raad van Beroep · 24-12-2020 · zaaknummer 19/1280 AW
Inhoudsindicatie
1) Geen grond voor schorsing wegens strafrechtelijke vervolging. De Raad verwijst naar de uitspraken van 19 december 2019 ECLI:NLCRVB:2019:4235 en ECLI:NL:CRVB:2019:4242 in de zaken van de twee andere ambtenaren tegen wie het onderzoek van de Rijksrecherche was gericht en die de straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd hebben gekregen. De Raad ziet geen aanleiding om in dit geval anders te oordelen. Het hoger beroep van het college op dit punt slaagt daarom niet. 2) Strafontslag. De Raad is van oordeel dat betrokkene de hem verweten gedragingen heeft begaan. Plichtsverzuim. De opgelegde disciplinaire straf is gezien de ernst en de aard van de gedragingen van betrokkene, de betekenis hiervan voor zijn functioneren binnen de gemeente en de terecht gestelde eisen van integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid aan medewerkers van de gemeente, niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het strafontslag niet met terugwerkende kracht mocht worden opgelegd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
