ECLI:NL:CRVB:2020:3515
Centrale Raad van Beroep · 22-12-2020 · zaaknummer 19/513 AOW
Inhoudsindicatie
Omdat appellant het hoofdverblijf heeft bij X, met haar gehuwd is geweest, en zij de moeder van zijn kinderen is, is sprake van een onweerlegbaar rechtsvermoeden dat zij een gezamenlijke huishouding voeren. Dat de kinderen meerderjarig zijn, doet daaraan niet af. Of sprake is van wederzijdse zorg is niet van belang. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet, nu de vermeende toezeggingen afkomstig zijn van een ander bestuursorgaan. Er is geen procesbelang bij de gedeeltelijke schorsing, nu de intrekking in stand blijft.
Rechters
Advocaten
- S. Gomez Espinosa
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
