ECLI:NL:CRVB:2020:3512
Centrale Raad van Beroep · 24-12-2020 · zaaknummer 18/6075 AKW
Inhoudsindicatie
Met de Svb concludeert de Raad dat aan het besluit tot terugvordering over het derde kwartaal van 2017 een herzieningsbesluit over dat kwartaal is vooraf gegaan. Bij de gedingstukkenbevinden zich drie separate besluiten die op 11 december 2017 zijn gedateerd. Betrokkene had kunnen begrijpen dat het ten aanzien van de vermelding van het vierde kwartaal ging om een kennelijke verschrijving en dat besluit 1 betrekking had op een herziening van de kinderbijslag over het derde kwartaal van 2017. Dit geldt temeer als besluit 1 wordt gelezen in samenhang met de eveneens op 11 december 2017 gedateerde besluiten 2 en 3. Nu betrokkene tegen besluit 1 geen rechtsmiddelen heeft aangewend, is dit besluit in rechte komen vast te staan. Omdat de Svb het recht op de kinderbijslag over het derde kwartaal van 2017 heeft herzien, volgt hier ook uit dat ten onrechte kinderbijslag is betaald. De Svb was gelet op artikel 24, eerste lid, van de AKW gehouden om de over dat kwartaal onverschuldigd betaalde kinderbijslag terug te vorderen. De Raad heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat in dit geval sprake is van dringende redenen. Niet is gesteld noch is gebleken dat er uitzonderlijke omstandigheden zijn.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
