ECLI:NL:CRVB:2020:3496
Centrale Raad van Beroep · 31-12-2020 · zaaknummer 19/234 WAO
Inhoudsindicatie
Hennepkwekerij. Zoals ter zitting is vastgesteld is in geschil welke verdiensten appellante over de aan de onmanteling voorafgaande periode uit de kwekerij heeft gehad. Onder verwijzing naar de door het Uwv aangehaalde uitspraak is er geen gehoudenheid om de feitenvaststelling van het hof in de ontnemingszaak te volgen. In het kader van de WAO moet een eigen beoordeling van de verdiensten worden gemaakt. Wat betreft de te volgen verklaringen wordt verwezen naar de door het Uwv aangehaalde rechtspraak over de eerste verklaringen die bij de politie worden afgelegd. Er is geen aanleiding om van die rechtspraak af te wijken. Uitgaande van het BOOM-rapport in combinatie met deze opbrengst, de bij de politie afgelegde verklaringen over de kweekcyclus en het aantal oogsten, wordt het Uwv gevolgd dat er tien oogsten zijn geweest waarvan de laatste door de politie is geruimd en dat de daarmee gemoeide verdiensten voor appellante € 45.263,30 zijn geweest. Voor zover de stellingen van appellante over haar beperkte inzet erop neerkomen dat het Uwv een kleiner deel van de totale verdiensten aan haar had moeten toerekenen, is daarvoor geen aanleiding. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd voor zover deze betrekking heeft op de ongegrondverklaring van het beroep tegen het bestreden besluit.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
