ECLI:NL:CRVB:2020:3439
Centrale Raad van Beroep · 10-12-2020 · zaaknummer 18/3282 AW
Inhoudsindicatie
Wat appellant in beroep had aangevoerd, er met name op neer komend dat de toepassing van de nieuwe FLO-garantieregeling tot een voor hem ongunstiger resultaat leidt dan het resultaat dat zou zijn bereikt op grond van de oude regeling, is met de brief van 31 oktober 2019 feitelijk door hemzelf ontkracht. Bovendien gaat datgene wat hij in hoger beroep heeft aangevoerd de reikwijdte en strekking van het bestreden besluit te buiten. Tevens ontbreken op het bestreden besluit betrekking hebbende gronden waarover de Raad een oordeel kan geven. Aangezien een ontslagdatum 1 december 2015 appellant geen financieel voordeel zou opleveren boven de feitelijk gehanteerde datum 1 februari 2016 – [naam] vermeldt in zijn berekeningen niet de als gevolg van het nog niet overgaan tot ontslag twee maanden langer doorbetaalde FLO-garantie-uitkering – resteren er ook in zoverre geen op het bestreden besluit terug te voeren gronden die de Raad zou kunnen beoordelen. De redelijke termijn is zowel in de bestuurlijke als in de rechterlijke fase overschreden, zodat deze deels voor rekening van de minister en deels voor rekening van de Staat komt. Proceskostenveroordeling ter zake van verzoek om schadevergoeding.
Advocaten
- I.M. Schouten
- J.F. Burger
- L. Schuijt
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
