ECLI:NL:CRVB:2020:3232
Centrale Raad van Beroep · 08-12-2020 · zaaknummer 18/5252 PW
Inhoudsindicatie
Het college heeft niet aangetoond dat appellant in de periode van 27 april 2017 tot en met 27 juni 2017 zijn woonplaats niet in Rotterdam had en dus ook niet dat de inlichtingenverplichting is geschonden. De gegevens bieden daarvoor geen toereikende feitelijke grondslag. Vanaf 27 juni 2017 is wel sprake van schending inlichtingenverplichting. Op grond van het beleid van het college en het benadelingsbedrag, dat lager is dan € 150,- , moet volstaan worden met het geven van een schriftelijke waarschuwing.
Advocaten
- S. Zahri
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
