ECLI:NL:CRVB:2020:316
Centrale Raad van Beroep · 13-02-2020 · zaaknummer 18/321 WIA
Inhoudsindicatie
De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat er geen aanwijzingen zijn dat appellant per 1 januari 2016 meer beperkingen heeft dan zijn vastgelegd in de FML van 23 januari 2016 of dat hij niet in staat zou zijn de geduide functies te verrichten. Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant daarom terecht met ingang van 1 januari 2016 vastgesteld op 68,42%. Het Uwv kon stukken niet overleggen, omdat, zoals ook tijdens de zitting bij de rechtbank naar voren is gebracht, stukken uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw er niet meer zijn. Het Uwv is op grond van regelgeving ook niet gehouden deze stukken zo lang te bewaren.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
