ECLI:NL:CRVB:2020:3106
Centrale Raad van Beroep · 09-12-2020 · zaaknummer 18/6200 ZW
Inhoudsindicatie
Het oordeel van de rechtbank dat appellant per 27 november 2017 in staat moet worden geacht zijn eigen arbeid als transportbegeleider te verrichten en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen, worden onderschreven. De in hoger beroep overgelegde stukken leiden niet tot een ander standpunt, reeds gelet op de in deze zaak in geding zijnde datum van 27 november 2017. Met betrekking tot de psychische klachten van appellant is van belang dat, voor zover op de in deze zaak in geding zijnde datum sprake was van psychische problematiek, de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van 28 februari 2019 voldoende heeft toegelicht dat de psychische klachten die vermeld staan in de informatie van Brijder, bekend zijn en geen aanleiding geven voor wijziging van het standpunt over de geschiktheid voor de maatgevende arbeid. Voor het inschakelen van een deskundige bestaat geen aanleiding. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
