ECLI:NL:CRVB:2020:3085
Centrale Raad van Beroep · 26-11-2020 · zaaknummer 19/3904 AW
Inhoudsindicatie
De stelling van appellant dat de rechtbank in strijd met artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht buiten de omvang van het geschil is getreden door schuld of onvoorzichtigheid als kernoverweging aan haar oordeel ten grondslag te leggen, treft geen doel. Verder betoogt appellant, samengevat, dat de bij hem vastgestelde PTSS is veroorzaakt door een beroepsgerelateerd incident, waarbij geen sprake is van schuld of onvoorzichtigheid. Dit betoog slaagt niet. Diensthond. Voorzorgsmaatregelen. Nu hij dit niet heeft gedaan is ook de Raad van oordeel dat het bijtincident aan zijn onvoorzichtigheid is te wijten. Dit betekent dat niet wordt voldaan aan de criteria voor het aannemen van een beroepsziekte als omschreven in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder y, van het Barp. Tot slot heeft appellant betoogd dat de intrekking van het besluit van 18 juli 2017 in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder met name het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Dit betoog slaagt evenmin. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Advocaten
- I.G.J. van den Broek
- W.A.N. Bot
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
