ECLI:NL:CRVB:2020:3078
Centrale Raad van Beroep · 04-12-2020 · zaaknummer 20/2392 WMO15
Inhoudsindicatie
Verzoeker heeft in hoger beroep een print van mailverkeer overgelegd. Op grond hiervan is aannemelijk dat hij op 6 maart 2020 bij ROGplus zijn behoefte aan ondersteuning kenbaar heeft gemaakt. Niet is gebleken dat verzoeker na het verstrijken van de termijn van zes weken een aanvraag heeft ingediend bij ROGplus, eerder dan de aanvraag van 7 mei 2020. Dit betekent dat verzoeker ROGplus op 1 mei 2020 ten onrechte in gebreke heeft gesteld. Met het oog hierop en het bepaalde in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kon verzoeker op 15 mei 2020 geen beroep instellen. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet, met verbetering van gronden, worden bevestigd. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zal worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
