ECLI:NL:CRVB:2020:3072
Centrale Raad van Beroep · 19-11-2020 · zaaknummer 18/4987 AOW
Inhoudsindicatie
Bij de bestreden besluiten heeft de Svb terecht de vaststelling van de Nederlandse wetgeving gehandhaafd. De Svb heeft – na een melding van de Belastingdienst – ambtshalve het besluit van 17 augustus 2016 mogen nemen. De Svb is immers het voor Nederland bevoegde orgaan om verklaringen over de toepasselijke wetgeving af te geven. Dat A1-verklaringen met terugwerkende kracht kunnen worden afgegeven, volgt uit de jurisprudentie van het HvJ EU, waaronder het arrest Alpenrind e.a. Er is geen aanleiding om in de voorliggende zaak aan het HvJ EU prejudiciële vragen te stellen. Het incidenteel hoger beroep van de Svb slaagt. De redelijke termijn is overschreden met minder dan zes maanden, volledig aan de rechterlijke fase toe te rekenen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
