ECLI:NL:CRVB:2020:3062
Centrale Raad van Beroep · 04-12-2020 · zaaknummer 18/5779 WIA
Inhoudsindicatie
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, is in essentie een herhaling van de gronden die hij al in beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft deze gronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken. Het oordeel van de rechtbank en de aan dit oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. In het rapport van 3 januari 2019 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep naar aanleiding van hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd op inzichtelijke wijze gereageerd. Hij heeft uiteengezet dat de FML in beroep is herzien in verband met het medicijngebruik van appellant met een toevoeging op persoonlijk risico. Hij heeft hiermee op overtuigende wijze uiteengezet dat en waarom ook hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht geen aanleiding geeft de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep vastgestelde beperkingen in de FML van 18 september 2018 voor onjuist te houden. Ook wordt de rechtbank gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de berekening van de beide arbeidsongeschiktheidspercentages ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
