ECLI:NL:CRVB:2020:3060
Centrale Raad van Beroep · 04-12-2020 · zaaknummer 19/2743 ZW
Inhoudsindicatie
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij bij de rechtbank heeft aangevoerd. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van de conclusie van de verzekeringsartsen. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat de desbetreffende gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank over de gronden van beroep ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Dat de FML desondanks niet juist zou zijn ingevuld, vindt geen bevestiging in de aanwezige medische informatie die inzichtelijk door de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij de beoordeling is meegewogen. Nu appellant in hoger beroep geen nieuwe medische informatie heeft ingebracht, wordt geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een onjuist beeld heeft gehad van de beperkingen van appellant op 29 juni 2018. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de EZWb ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- J.G. Hage
- M.W.L. Clemens
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
