ECLI:NL:CRVB:2020:3056
Centrale Raad van Beroep · 03-12-2020 · zaaknummer 19/3301 AW
Inhoudsindicatie
Het college heeft zich in het bestreden besluit aangesloten bij het onherroepelijk geworden besluit van het Uwv van 1 september 2017. Anders dan appellant heeft betoogd, acht de Raad deze keuze niet onjuist. Met het college is de Raad van oordeel dat uit de bepalingen van de BWNU 2014 volgt dat bij de verlening van een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering op grond van die regeling wordt uitgegaan van het in het kader van de WW vastgestelde dagloon. Wat appellant heeft aangevoerd over het ontslag per 1 januari 2016 en de garanties die zijn opgenomen in de daaraan voorafgegane vaststellingsovereenkomst, kan niet tot een ander oordeel leiden. Op basis van wat appellant in dit verband naar voren heeft gebracht, kan niet worden vastgesteld dat het college verplicht was tot vaststelling van een hoger dagloon per 1 januari 2016. Gelet op de toelichting op de toepassing van de hardheidsclausule, heeft artikel 22, vierde lid, van de BWNU 2014 geen betrekking op de situatie die in dit geval aan de orde is. Het beroep van appellant op deze bepaling slaagt daarom niet. Het hoger beroep treft geen doel en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd, met verbetering van de gronden waarop zij berust.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
