ECLI:NL:CRVB:2020:3047
Centrale Raad van Beroep · 03-12-2020 · zaaknummer 19/3081 ZW
Inhoudsindicatie
Wat appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht vormt in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft gesteld. De rechtbank is gemotiveerd ingegaan op deze beroepsgronden en heeft met juistheid geoordeeld dat deze gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Het standpunt van appellante dat uit de aanwezige medische informatie wel kan worden afgeleid dat haar eerste ziektedag op 2 januari 2017 ligt, kan niet worden gevolgd. Risico laattijdige aanvraag ligt bij de aanvrager. Het is dus aan appellante om aan de hand van medisch objectiveerbare stukken aannemelijk te maken dat zij al op 2 januari 2017 ongeschikt was voor haar maatgevende arbeid. Daarin is appellante ook in hoger beroep niet geslaagd. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- J.J. Grasmeijer
- S.L. Soedamah
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
