Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2020:2990

Centrale Raad van Beroep · 18-11-2020 · zaaknummer 19/1257 WIA

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 30-11-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Appellant heeft in hoger beroep in essentie dezelfde gronden aangevoerd als in beroep. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. Daaraan wordt toegevoegd dat appellant bij brief van 10 november 2017 nadrukkelijk is gewezen op het feit dat hij twee aparte beslissingen ontvangt. Een over het bedrag dat hij moet terugbetalen en een over de boete. Daarbij is hij er bovendien op gewezen dat als hij het niet eens is met die beslissingen, hij tegen elke beslissing bezwaar kan maken. Het Uwv heeft het bezwaarschrift tegen het herzienings- en terugvorderingsbesluit dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep tegen aangevallen uitspraak 1 slaagt niet en deze zal worden bevestigd. Nu met bestreden besluit 3 het eerder ingenomen standpunt in bestreden besluit 2 niet langer wordt gehandhaafd, slaagt het hoger beroep tegen aangevallen uitspraak 2. Aangevallen uitspraak 2 zal worden vernietigd, evenals bestreden besluit 2. Bestreden besluit 3 wordt, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, mede in de beoordeling betrokken. Voor zover appellant heeft betoogd dat het Uwv het kopie van zijn legitimatiebewijs dat het Uwv heeft verkregen niet heeft mogen gebruiken om bij derden navraag te doen of hij daar werkzaam is geweest nu dit een ander legitimatiebewijs is dan zich in de administratie van [naam B.V. 1] bevond, wordt hij daarin niet gevolgd. Evenmin wordt appellant gevolgd in zijn standpunt dat hij in het geheel niet heeft gewerkt. Met appellant is de Raad echter van oordeel dat het Uwv met de projectadministratie niet heeft aangetoond dat appellant in de gehele periode van november 2013 tot en met juni 2016 heeft gewerkt. Er kan er niet zonder meer vanuit worden gegaan dat de projectadministratie geen onjuistheden bevat. Uit de rapporten volgt dat appellant in de periode van november 2013 tot en met oktober 2014 en in de periode van november 2015 tot en met april 2016 schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht, terwijl hij het Uwv daarover niet heeft geïnformeerd, zodat hij de op hem rustende informatieplicht heeft geschonden over deze periodes. Uit de stukken blijkt dat appellant in die periode een aantal keren in het buitenland heeft verbleven, in welke periodes hij niet heeft gewerkt. Gelet op het benadelingsbedrag als gevolg van de schending van de inlichtingenplicht in de overwegingen genoemde periodes, de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid van appellant, de omstandigheden waaronder hij zijn overtredingen heeft begaan en zijn persoonlijke omstandigheden acht de Raad een boete van € 2.350,- passend en geboden. Proceskostenveroordeling Uwv.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.