ECLI:NL:CRVB:2020:2989
Centrale Raad van Beroep · 26-11-2020 · zaaknummer 19/1222 ZW
Inhoudsindicatie
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, is in essentie een herhaling van de gronden die hij in beroep naar voren heeft gebracht. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen zoals in de uitspraak weergegeven. Benadrukt wordt dat voor een onderbouwde weerlegging van de medische beoordeling door de verzekeringsartsen van het Uwv niet noodzakelijk is dat een expertise van een andere verzekeringsarts wordt overgelegd. Ook informatie uit de behandelend sector kan twijfel doen rijzen aan de juistheid van de medische beoordeling. De stelling van appellant dat hij niet de financiële middelen heeft om zelf een verzekeringsarts in te schakelen, biedt op zichzelf dan ook onvoldoende grond om een deskundige te benoemen. Ook een inhoudelijke beoordeling van de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep geeft daar geen aanleiding toe. Er is rekening gehouden met alle klachten van appellant en afdoende gemotiveerd waarom beperkingen in het vasthouden en verdelen van de aandacht en het aantal te werken uren niet aan de orde zijn. Wat appellant heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding om aan de juistheid van deze conclusies te twijfelen. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
