ECLI:NL:CRVB:2020:2981
Centrale Raad van Beroep · 25-11-2020 · zaaknummer 18/3904 WIA
Inhoudsindicatie
Het oordeel van de rechtbank dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een zorgvuldig medisch onderzoek heeft verricht en voldoende heeft gemotiveerd dat geen aanleiding bestaat om de in de FML van 16 februari 2012 voor appellante vastgestelde vorm van begeleiding aan te passen, wordt onderschreven. Deze lichtste vorm van begeleiding als specifieke voorwaarde voor het verrichten van arbeid is reeds aangenomen in de FML van 16 februari 2012 en destijds door de rechtbank als correct beoordeeld. Ook de overige medische gegevens in het dossier geven geen aanleiding om voor appellante een intensievere vorm van begeleiding vast te stellen dan zoals in de FML van 16 februari 2012 is opgenomen. Op grond van de beschikbare medische gegevens kan de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet voor onjuist worden gehouden. Het beroep van appellante op de CIZ-indicatie is door de rechtbank terecht en op goede gronden verworpen. Het oordeel van de rechtbank over de urenbeperking en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen en het oordeel van de rechtbank over de toegenomen arbeidsongeschiktheid en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. In hoger beroep zijn hieromtrent geen nieuwe gronden ingebracht. Het standpunt van appellante dat zij is aangewezen op werk onder beschutte werkomstandigheden kan niet slagen. Raad komt tot de conclusie dat het standpunt van het Uwv hieromtrent kan worden gevolgd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
