ECLI:NL:CRVB:2020:295
Centrale Raad van Beroep · 13-02-2020 · zaaknummer 19/2587 WUV
Inhoudsindicatie
Stopzetting betalingen op grond van de Wuv wegens detentie. Gezien de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 37, eerste lid, van de Wuv kan appellant gedurende de periode van detentie niet in het genot worden gesteld van een uitkering op grond van de Wuv. Appellant heeft geen minderjarige kinderen en is niet getrouwd of heeft evenmin een relatie die daarmee kan worden gelijkgesteld. Om die reden is er geen aanleiding om artikel 37, tweede lid, van de Wuv toe te passen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
