ECLI:NL:CRVB:2020:2945
Centrale Raad van Beroep · 25-11-2020 · zaaknummer 19/860 WW
Inhoudsindicatie
Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, zoals ter zitting nader toegelicht, komt in de kern neer op een herhaling van de gronden die zij in beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft deze gronden afdoende besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. De rechtbank heeft er daarbij terecht op gewezen dat de handelingen van een gemachtigde aan betrokkene zelf (appellante) moeten worden toegerekend. Dit is vaste rechtspraak. De door appellante gestelde feiten en omstandigheden maken niet dat daar in dit geval anders over moet worden geoordeeld. Het oordeel van de rechtbank dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, wordt daarom onderschreven. Hieruit volgt dat de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
