ECLI:NL:CRVB:2020:2821
Centrale Raad van Beroep · 04-11-2020 · zaaknummer 20/1521 WSF
Inhoudsindicatie
Anders dan appellant heeft aangevoerd, betekent dit dat de minister bij de brief van 25 januari 2019 geen (nieuwe) verplichting in het leven heeft geroepen, noch dat een nadere voorwaarde aan het bezwaarschrift is verbonden. Met de brief van 25 januari 2019 wordt geen rechtsgevolg beoogd en deze is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Voor zover appellant heeft betoogd dat hij bij deze conclusie geen effectieve rechtsbescherming heeft tegen de vorm en inhoud van de machtiging, geldt dat hij zijn bezwaren daartegen aan de orde kon stellen in de procedure over het besluit van 13 december 2018. Dit betoog slaagt daarom niet.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
