ECLI:NL:CRVB:2020:2672
Centrale Raad van Beroep · 29-10-2020 · zaaknummer 18/4805 AW
Inhoudsindicatie
De korpschef heeft terecht geweigerd de aansprakelijkheid voor de materiële en immateriële schade voortvloeiend uit de arbeidsongeschikt van appellant te erkennen. Niet gebleken van structureel en doelbewust pesten, discrimineren en/of achterstellen van appellant door de korpschef. Geen sprake van buitensporige werkomstandigheden. De korpschef heeft jegens appellant geen onrechtmatige handelingen verricht en de korpschef is niet te kort geschoten in zijn zorgplicht jegens appellant. Ook heeft de korpschef ten aanzien van appellant geen onrechtmatige besluiten genomen. Dat zijn arbeidsongeschiktheid het gevolg is van onrechtmatig handelen van de korpschef heeft appellant dan ook niet aannemelijk gemaakt. Hetzelfde geldt voor de gestelde schending van de artikelen 2, 3, 6, 10 en 12 EVRM en de aanvullende bepalingen van het Eerste Protocol bij het EVRM. Geen sprake van schending van de redelijke termijn.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
