ECLI:NL:CRVB:2020:2662
Centrale Raad van Beroep · 29-10-2020 · zaaknummer 19/1612 AW
Inhoudsindicatie
De Raad schaart zich achter het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst. Hij neemt de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd over en maakt deze tot de zijne. Ook in hoger beroep stelt appellant dat met de wijze waarop het college een disciplinaire bestraffing heeft willen doordrukken de buitensporigheid is gegeven. Dit betoog slaagt niet. Voorts stelt appellant dat ook de situatie na de disciplinaire bestraffing als buitensporig moet worden gekwalificeerd. De signalen van appellant dat hij zich onveilig voelde zijn niet adequaat opgepakt. Ook dit betoog slaagt niet. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- B.J. Boiten
- M.J. Kolijn van de Merwe
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
