ECLI:NL:CRVB:2020:2644
Centrale Raad van Beroep · 21-10-2020 · zaaknummer 19/1328 WMO15
Inhoudsindicatie
Ter uitvoering van de opdracht in de tussenuitspraak heeft het college in de aangevallen uitspraak genoemde brief van 3 september 2018 uitgebreide vragen gesteld aan betrokkene. Hiermee heeft het college, in aanvulling op het eerder verrichte huisbezoek en het gesprek met de GGD-arts, voldoende onderzoek verricht naar de concrete ondersteuningsbehoefte van betrokkene. Zowel in de eerder genoemde brief van 18 september 2018 als ook ter zitting bij de Raad is niet concreet gemaakt dat betrokkene de beoogde bestemmingen niet kan bereiken met de ter beschikking staande vervoermiddelen. Van een vervoersbehoefte waarin moet worden voorzien met een duofiets, is daarom niet gebleken. Alhoewel de Raad kan begrijpen dat fietsen met een duofiets een positief effect heeft op de gezondheid van betrokkene en betrokkene meer plezier brengt dan het vervoer per auto, maakt dat niet dat het college gehouden is betrokkene een duofiets te verstrekken. Dit betekent dat het college de aanvraag om een duofiets terecht heeft afgewezen. Het hoger beroep slaagt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
