ECLI:NL:CRVB:2020:2616
Centrale Raad van Beroep · 22-10-2020 · zaaknummer 18/3749 WAO
Inhoudsindicatie
De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat de invoering van de periodeloonvergelijking niet in strijd is met het nationale recht. Ook overigens bestaat geen aanleiding artikel 10a van het Schattingsbesluit buiten toepassing te laten. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene slaagt dan ook niet. Betrokkene beschikte nog over een inkomen dat het toepasselijke sociaal minimum oversteeg. Dit inkomen was bovendien in hoogte vergelijkbaar met haar geïndexeerde maatmaninkomen. Bovendien was geen sprake van een definitief verlies van de uitkering omdat betrokkene bij een verlaging van haar inkomen weer recht op een WAO‑uitkering zou krijgen. Geen bijzondere omstandigheden. Artikel 1 van het Eerste Protocol is niet geschonden.
Advocaten
- A.M.C. van Dalen
- J.H. Ermers
- L. Wimmenhove
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
