ECLI:NL:CRVB:2020:2501
Centrale Raad van Beroep · 16-10-2020 · zaaknummer 18/3366 ZW
Inhoudsindicatie
Er is geen grond voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte het verzoek om uitstel van appellante niet heeft ingewilligd. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd over de wijze waarop het Uwv haar beperkingen heeft beoordeeld en vastgesteld, is een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank heeft deze grond in de aangevallen uitspraak afdoende besproken. Het oordeel van de rechtbank en de aan dit oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. Wat betreft het door appellante in hoger beroep overgelegde diagnostisch verslag van Reinaerde, wordt onderschreven wat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van 19 augustus 2020 in reactie op dat stuk heeft vermeld. Er is geen reden om aan te nemen dat appellante belemmeringen heeft ondervonden bij de onderbouwing van haar stellingen, in die zin dat zij in bewijsnood is komen te verkeren. Er zijn evenmin aanwijzingen dat medische informatie ontbreekt. Er is geen aanleiding voor het raadplegen van een onafhankelijke deskundige. Uitgaande van de juistheid van de FML kan de rechtbank ook gevolgd worden in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat ten minste één van de in het kader van de wet WIA geselecteerde functies in medisch opzicht geschikt is voor appellante.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
