Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2020:2500

Centrale Raad van Beroep · 16-10-2020 · zaaknummer 17/2783 ZW

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 15-10-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In geschil is de belastbaarheid van appellant op 12 december 2013 (datum in geding) en meer in het bijzonder of appellant op die datum geschikt was voor het werk in de functie van grondwerker. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter de conclusies van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige kan volgen als de door deze deskundige gegeven motivering hem overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. Wat de verzekeringsarts bezwaar en beroep tegen de conclusies van de deskundige heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding om van de conclusies in haar rapport af te wijken. De stelling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat een aanvullende expertise door een neurochirurg had moeten worden uitgevoerd, wordt daarom niet gevolgd. Bovendien is een verzekeringsarts bij uitstek deskundig om de klachten van een persoon te vertalen naar beperkingen en naar de geschiktheid voor arbeid. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep slaagt. Inmiddels staat vast dat in het hoger beroep tegen aangevallen uitspraak 1 nog maar één besluit mogelijk is, namelijk dat appellant vanaf 12 december 2013 recht heeft op ziekengeld. Daarom zal zelf in de zaak worden voorzien door het besluit van 6 maart 2014 te herroepen, te bepalen dat appellant met ingang van 12 december 2013 recht heeft op ziekengeld en dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 9 mei 2016. Omdat de ongeschiktheid tot werken voortduurt na 12 december 2013, wordt de wachttijd van 104 weken vervuld en zal het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de Wet WIA bij het einde van de wachttijd moeten vaststellen. Het Uwv zal een nieuwe beslissing op bezwaar tegen het besluit van 23 mei 2016 dienen te nemen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen. De redelijke termijn is met twee jaar en zes maanden overschreden, zowel aan het Uwv als aan de bestuursrechter toe te rekenen. Er bestaat aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant voor de kosten in bezwaarprocedures en voor verleende rechtsbijstand in de beroepen en hoger beroepen.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.