ECLI:NL:CRVB:2020:2499
Centrale Raad van Beroep · 16-10-2020 · zaaknummer 18/4378 WAO
Inhoudsindicatie
Het oordeel van de rechtbank dat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb heeft aangevoerd wordt onderschreven. Daaraan wordt toegevoegd dat appellante tegen het verhaalsbesluit de door haar gestelde feiten en omstandigheden had kunnen aanvoeren, maar geen rechtsmiddelen heeft ingesteld tegen het verhaalsbesluit. Appellante is dus zelf te kort geschoten in het gebruik van haar rechtsmiddelen. Van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden is daarom geen sprake, zodat het Uwv met verwijzing naar zijn eerdere beslissing het verzoek van appellante op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb mocht afwijzen. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient bevestigd te worden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
