ECLI:NL:CRVB:2020:2498
Centrale Raad van Beroep · 16-10-2020 · zaaknummer 19/3913 WIA
Inhoudsindicatie
Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het medisch onderzoek door het Uwv zorgvuldig is geweest en dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat de desbetreffende gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Appellant heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of onderbouwde redenen gegeven waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Hij heeft zijn stelling dat er in de FML onvoldoende beperkingen zijn aangenomen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren ook in hoger beroep niet met medische stukken onderbouwd. Ook wordt de rechtbank gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- F.A. Steeman
- M. Yesildag
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
