ECLI:NL:CRVB:2020:2489
Centrale Raad van Beroep · 15-10-2020 · zaaknummer 18/2139 ZW
Inhoudsindicatie
Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding is voor het oordeel dat de artsen van het Uwv de medische situatie van appellante onjuist hebben ingeschat. Appellante heeft in hoger beroep geen medische stukken ingediend op grond waarvan twijfel ontstaat aan de beoordeling van het Uwv. Van belang is dat de verzekeringsarts bij het onderzoek op 25 juli 2017 de klachten die zijn ontstaan bij het ongeval in de beoordeling heeft betrokken. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de functie administratief medewerker (SBC-code 315133) in medisch opzicht geschikt is voor appellante.
Rechters
Advocaten
- C. Cakir
- H. van Beek-Killi
- M.K. Affia
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
