ECLI:NL:CRVB:2020:2486
Centrale Raad van Beroep · 15-10-2020 · zaaknummer 19/2821 ZW
Inhoudsindicatie
De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij eerder in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het onderzoek van het Uwv zorgvuldig is verricht. De rechtbank wordt tevens gevolgd in haar oordeel dat er geen aanleiding is voor de conclusie dat het Uwv de belastbaarheid onjuist heeft ingeschat. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellante ten aanzien van de medische belastbaarheid, waaronder de grond dat onvoldoende rekening is gehouden met haar psychische klachten en medicatiegebruik, afdoende besproken. De overwegingen waarop het oordeel van de rechtbank berust, worden onderschreven. Appellante heeft in hoger beroep geen nadere onderbouwing gegeven waarom zij de overwegingen van de rechtbank niet juist acht, anders dan dat zij herhaald heeft meer beperkt te zijn dan waarvan het Uwv is uitgegaan. Evenmin heeft zij (medische) informatie ingebracht die aanknopingspunten biedt voor een ander oordeel over de in de FML vastgestelde belastbaarheid. Ook wordt de rechtbank gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de toetsing ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellante en dat appellante voldoet aan het opleidingsniveau. Geen aanleiding voor het raadplegen van een (arbeids)deskundige.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
