ECLI:NL:CRVB:2020:2436
Centrale Raad van Beroep · 07-10-2020 · zaaknummer 18/4736 WSF
Inhoudsindicatie
Niet valt in te zien dat appellant door de behandeling ter zitting bij de rechtbank op enigerlei wijze in zijn belangen is geschaad. Met de rechtbank, en onder overneming van de daartoe door de rechtbank gegeven overwegingen, is de Raad van oordeel dat van een gefingeerd dienstverband van de controleurs geen sprake is. De verleende toestemming door de hoofdbewoonster was voldoende voor het ten aanzien van appellant rechtmatig binnentreden in de woning, ook voor wat betreft de door de hoofdbewoonster als kamer van appellant getoonde kamer. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat de minister met de bevindingen van het huisbezoek aannemelijk heeft gemaakt dat appellant ten tijde van het huisbezoek niet woonde op het brp-adres.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
