ECLI:NL:CRVB:2020:2408
Centrale Raad van Beroep · 08-10-2020 · zaaknummer 19/2371 WAO
Inhoudsindicatie
Met het bestreden besluit heeft het Uwv niet op een juiste manier uitvoering gegeven aan de opdracht in de uitspraak van 31 mei 2018. Het Uwv heeft pas in beroep het onderzoek gericht op de gezondheidstoestand van appellant in 2013. Verder heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep het standpunt van het Uwv in beroep nader gemotiveerd, waardoor het bestreden besluit pas in beroep is voorzien van een toereikende onderbouwing. In zoverre kleeft er een gebrek aan het bestreden besluit. Dit gebrek zal met toepassing van artikel 6:22 van de Awb worden gepasseerd, omdat aannemelijk is dat appellant daardoor niet is benadeeld. Ook indien het gebrek zich niet zou hebben voorgedaan zou een besluit met diezelfde uitkomst zijn genomen. In deze onzorgvuldige besluitvorming is aanleiding gezien het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Aan de voorwaarden voor toewijzing van een dwangsom is niet voldaan.
Rechters
Advocaten
- C.A.J. de Roy van Zuydewijn
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
