ECLI:NL:CRVB:2020:2344
Centrale Raad van Beroep · 02-10-2020 · zaaknummer 18/2507 WAJONG
Inhoudsindicatie
Dat betekent dat appellante zonder meer een duurzame band van persoonlijke band met Nederland had vanaf voor haar zeventiende verjaardag. Het Uwv heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de door appellante overgelegde stukken niet kunnen worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb. Het Uwv mocht het verzoek van appellante van 11 augustus 2016 dan ook afwijzen met verwijzing naar zijn besluit van 20 juni 2012. In wat appellante heeft aangevoerd wordt geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre evident onredelijk is. Het oordeel van de rechtbank dat van een dergelijke deugdelijke en toereikende onderbouwing in dit geval geen sprake is, wordt onderschreven. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd. De rechtbank heeft het bestreden besluit terecht in stand gelaten.
Rechters
Advocaten
- S.G. Blasweiler
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
