ECLI:NL:CRVB:2020:2297
Centrale Raad van Beroep · 30-09-2020 · zaaknummer 19/2809 WIA
Inhoudsindicatie
Ter beoordeling ligt voor of de rechtbank terecht het standpunt van het Uwv heeft onderschreven dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat er geen sprake is van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg van toegenomen psychische beperkingen als bedoeld in artikel 55 van de Wet WIA. Geoordeeld wordt dat de rechtbank terecht het standpunt en de daaruit getrokken conclusie van het Uwv heeft onderschreven. De overwegingen van de rechtbank, zoals hiervoor samengevat, worden gevolgd. Naar aanleiding van de in hoger beroep door appellant ingediende stukken wordt overwogen dat die niet tot een ander oordeel leiden. In haar rapport van 9 oktober 2019 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep geconcludeerd dat die stukken niet leiden tot de conclusie dat de psychische gezondheidssituatie van appellant in de hier van belang zijnde periode is verslechterd. Aan deze overtuigend gemotiveerde conclusie wordt niet getwijfeld, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- B. van Dijk
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
