ECLI:NL:CRVB:2020:2292
Centrale Raad van Beroep · 08-10-2020 · zaaknummer 20/1180 MAW
Inhoudsindicatie
Coulanceregeling chroom VI defensie, onderzoek NCvB en reactie RIVM, hardheidsclausule. De aanvraag van betrokkene is afgewezen op de grond dat geen sprake is van een aandoening die is genoemd in bijlage II van de Coulanceregeling. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard. De door de rechtbank gehanteerde toepassing van de hardheidsclausule brengt mee dat de lijst van bijlage II wordt uitgebreid met aandoeningen zonder (medisch) wetenschappelijke onderbouwing die als uitgangspunt voor de Coulanceregeling en bijlage II wordt gehanteerd. Dat een (medisch) wetenschappelijke onderbouwing niet aanwezig is, heeft de staatssecretaris gemotiveerd toegelicht met de reacties van het RIVM, waarin het RIVM concludeert dat de conclusie dat er voldoende beperkte aanwijzingen zijn om aan te nemen dat er een verband bestaat tussen leiomyosarcoom en blootstelling aan chroom VI, wetenschappelijk gezien niet is gerechtvaardigd. De omstandigheid dat er (vooralsnog) onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing aanwezig is, kan naar het oordeel van de Raad niet worden aangemerkt als een omstandigheid waarin de staatssecretaris aanleiding had behoren te vinden om de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank is ten onrechte tot het oordeel gekomen dat de staatssecretaris op grond van de hardheidsclausule een tegemoetkoming aan betrokkene had moeten toekennen.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
