ECLI:NL:CRVB:2020:2291
Centrale Raad van Beroep · 24-09-2020 · zaaknummer 18/5754 WW
Inhoudsindicatie
Ter zitting heeft de gemachtigde van appellant desgevraagd geantwoord dat van de juistheid van het teruggevorderde bedrag aan teveel ontvangen WW-uitkering van € 1.245,86 bruto in het bestreden besluit moet worden uitgegaan. Het hoger beroep is alleen gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat het beroep op schending van de hoorplicht niet slaagt. Volgens vaste rechtspraak van de Raad geldt in het algemeen dat, als blijkt dat de hoorplicht is geschonden, dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb kan worden gepasseerd als een betrokkene in beroep of in hoger beroep de gelegenheid heeft gehad het standpunt mondeling toe te lichten en niet aannemelijk is dat de belanghebbende daardoor is benadeeld. Er is geen aanleiding om van deze rechtspraak terug te komen, zoals door appellant ter zitting bepleit. Gelet op die rechtspraak heeft de rechtbank het gebrek kunnen passeren. Appellant heeft in beroep de gelegenheid gehad zijn standpunt mondeling toe te lichten. Appellant heeft niet duidelijk gemaakt welke belangen hier zouden zijn geschaad. Het hoger beroep slaagt niet. De gemachtigde van het Uwv heeft ter zitting de bereidheid uitgesproken om de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar heeft moeten maken tot een bedrag van € 525,- te vergoeden. Het Uwv wordt daarom in deze kosten veroordeeld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
