Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2020:2277

Centrale Raad van Beroep · 24-09-2020 · zaaknummer 19/801 AW

Bestuursrecht; AmbtenarenrechtGepubliceerd 24-09-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Nu de minister geen hoger beroep heeft ingesteld tegen het oordeel van de rechtbank, dat gedraging 3 onvoldoende is komen vast te staan, gaat het in deze procedure nog om beoordeling door de Raad van gedragingen 1, 2 en 4. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat in voldoende mate is komen vast te staan dat appellant voornoemde gedragingen heeft begaan en dat deze gedragingen als (ernstig) plichtsverzuim moeten worden aangemerkt. Niet is gebleken dat deze gedragingen appellant niet zijn toe te rekenen. De minister was daarom bevoegd hem een disciplinaire straf op te leggen. De opgelegde maatregel van ontslag is niet onevenredig aan de aard en ernst van het gepleegde plichtsverzuim. Het is verder aan de werkgever en niet aan appellant om terzake een risico-inschatting te maken. Het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen omdat appellant geen begin van bewijs heeft aangedragen dat de door hem bedoelde gevallen vergelijkbaar zijn met zijn situatie.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.