ECLI:NL:CRVB:2020:2271
Centrale Raad van Beroep · 24-09-2020 · zaaknummer 19/1022 AW
Inhoudsindicatie
Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat hier niet van toepassing is de terughoudende toets. Nu het ontslag in dit geval op een specifieke ontslaggrond is gebaseerd, is een minder terughoudende rechterlijke toets aangewezen. Naar het oordeel van de Raad heeft het college de aanwezigheid van relevante tekortkomingen in het functioneren van appellant onvoldoende aannemelijk gemaakt en heeft appellant geen reële kans gekregen zich waar te maken in de proeftijd. De door het college gestelde verslavingsproblematiek, die door appellant is bestreden, blijkt niet uit de adviezen van de bedrijfsarts en deze arts achtte hem in juli 2017 in staat om te gaan re-integreren. Voor zover al sprake zou zijn geweest van een verslaving, was deze toen kennelijk geen beletsel meer om aan het werk te gaan. Ter zitting bij de rechtbank heeft het college over dit verslag gezegd dat het onvoldoende functioneren van appellant in de eerste drie maanden niet voldoende was voor ontslag. Het voorgaande, in samenhang bezien, leidt tot een gegrondverklaring van het hoger beroep, vernietiging van de aangevallen uitspraak en vernietiging van het bestreden besluit. De Raad ziet aanleiding om tot finale geschillenbeslechting te komen en zal zelf in de zaak voorzien door het primaire besluit te herroepen. Aanleiding bestaat het college te veroordelen in de kosten van appellant.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
