ECLI:NL:CRVB:2020:222
Centrale Raad van Beroep · 30-01-2020 · zaaknummer 19/2197 WIA
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft ten onrechte geen oordeel gegeven over het beroep voor zover dat was gericht tegen de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Aan de werkgever kan immers op grond van het bepaalde in artikel 25, elfde lid, van de Wet WIA na afloop van de zogenoemde wachttijd geen loonsanctie meer worden opgelegd. Het Uwv heeft appellant per einde wachttijd terecht niet in aanmerking gebracht voor een WIA-uitkering. Het Uwv heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de werkgever voldoende re integratie-inspanningen heeft verricht.
Advocaten
- B.J.M. de Leest
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
