Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2020:2214

Centrale Raad van Beroep · 17-09-2020 · zaaknummer 18/1737 AOW

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 18-09-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De Raad constateert dat in de periode in geding sprake was van het verrichten van werkzaamheden in twee landen, als bedoeld in Vo 883/2004. De objectieve situatie van de werknemer bepaalt of een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in de betrokken lidstaat wordt verricht. De Raad stelt voorop niet aan de authenticiteit van de (aantekeningen in de) in deze procedure overgelegde kopieën van de papieren agenda’s van betrokkene te twijfelen. De Raad volgt de rechtbank dat op basis van de overgelegde stukken betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2012 een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden in Nederland verrichtte. Over het jaar 2013 heeft betrokkene geen kopie van zijn agenda kunnen overleggen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat betrokkene geen andere stukken heeft overgelegd die het standpunt onderbouwen dat hij in 2013 een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden in Nederland heeft verricht. Over de jaren 2014 en 2015 heeft betrokkene kopieën van zijn agenda en een notitieboekje overgelegd en ook door hem zelf opgestelde overzichten waarin is opgenomen per jaar hoeveel dagen hij in België en in Nederland heeft gewerkt. Betrokkene stelt op basis van die stukken dat hij (ongeveer) 62% van zijn tijd in Nederland heeft gewerkt. De inhoud van de agenda’s en de opgestelde overzichten bieden, in samenhang met wat is overwogen over de door betrokkene verrichte werkzaamheden, voldoende steun voor de conclusie dat betrokkene meer dan 25% van zijn tijd in Nederland heeft gewerkt. Appellante heeft slechts in algemene zin betwist dat betrokkene in die mate in Nederland werkzaamheden verrichtte, maar zij heeft ter onderbouwing van haar betwisting geen concrete gegevens ingebracht. De Raad volgt de rechtbank dan ook in haar overwegingen. De rechtbank heeft terecht bepaald dat op betrokkene uitsluitend over de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 september 2015 de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing is. Hieruit volgt dat het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep niet slagen. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

Advocaten

  • I. van Loock
  • L. Bruynseels
  • T. Van de Calsyede

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.