Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2020:2032

Centrale Raad van Beroep · 27-08-2020 · zaaknummer 19/5165 AW

Bestuursrecht; AmbtenarenrechtGepubliceerd 27-08-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen en maakt deze tot de zijne. De Raad is van oordeel dat de inzet van verborgen camera’s in het onderzoek van Hoffmann in deze situatie niet onrechtmatig te achten is, zodat geen reden bestaat om de daarmee verkregen beelden van het bewijs uit te sluiten. Dat het meenemen van goederen voor eigen gebruik door het bevoegd gezag werd gedoogd, wordt door het college ontkend en is voorts nergens uit gebleken. Evenmin is gebleken van een door het bevoegd gezag geaccordeerde voortzetting van het bonnensysteem in gewijzigde vorm. Appellant heeft in hoger beroep ook betoogd dat op de milieustraat sprake was van een cultuur waarbij in strijd met instructies gehandeld werd, en daartoe een aantal kwitanties overgelegd waaruit blijkt dat in 2017 twee opzichters tegen contante betaling metalen aan een papier- en metaalhandel in Vianen hebben verkocht. De Raad volgt dit betoog niet. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant de verweten gedragingen a tot en met e heeft begaan, en dat deze gedragingen plichtsverzuim opleveren. Nu niet gebleken is dat dit plichtsverzuim niet aan appellant kan worden toegerekend, was het college bevoegd hem daarvoor disciplinair te straffen. De Raad zal net als de rechtbank de onder f, g en h verweten gedragingen buiten beschouwing laten omdat de gedragingen a tot en met e, gezien de ernst en aard daarvan, reeds de straf van onvoorwaardelijk ontslag kunnen dragen. Daarbij weegt voor de Raad zwaar de veelheid van feiten, dat appellant op verschillende momenten niet naar waarheid heeft verklaard en dat hij in zijn functie als [functie] een voorbeeldrol had ten opzichte van de andere medewerkers van de milieustraat .

Advocaten

  • N. Türkkol

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.